Je kan er als toezichthouder alles aan doen om de veiligheid in het zwembad te handhaven, maar je hebt niet alles onder controle. Mensen kunnen gekke dingen doen en soms zit een ongeluk in een klein hoekje omdat bijvoorbeeld een zwemmer op een andere zwemmer springt. Een deel van de mensen is niet goed getraind en doet dingen die ze eigenlijk beter niet kunnen doen. Ook ervaren zwemmers kunnen kramp krijgen. Soms zijn verdrinkingen niet gemakkelijk te herkennen.
Je moet als er iets voorvalt, direct handelen en over de kennis en vaardigheden beschikken om zo’n situatie direct op te lossen en dat veilig voor jezelf en anderen te doen.
In deze deel taak maak je kennis met de stappen in het redding proces. Je leert de vaardigheden die nodig zijn om dan adequaat te kunnen handelen.
1. Eerst leer je herkennen wanneer iemand in nood is en dreigt te verdrinken
2. Dan gaan we in op het verdrinkingsproces en de keuze die je maakt om iemand te redden met reddings- en
hulpmiddelen. Eigen veiligheid staat bij reddingen altijd voorop
3. Als je het water niet in hoeft, dan heeft dat de voorkeur. Je leert hoe je vanaf de kant een slachtoffer redt.
4. Als je het water in moet, bestaat het gevaar dat een drenkeling jouw vastpakt. Daarom leer je een 3-tal
bevrijdingsgrepen
5. Als iemand nek of rugletsel heeft, kan je bepaalde handeling niet doen en moet je iemand stabiliseren. Daarvoor
leer je een 3 stabilisatiegrepen aan.
6. Om mensen naar de kant te vervoeren, die dat niet zelf kunnen, leren we 4 vervoersgrepen. welke je gebruikt
hangt af van de omstandigheden en de toestand van het slachtoffer
7. Aan de kant gekomen is het de vraag of iemand er zelf uit kan klimmen met jouw hulp. Als dat niet zo is moet je
weten hoe je iemand al of niet met de hulp van anderen veilig op de kant brengt
De andere stappen volgen in aparte modules